Woonaccessoires Landelijk Online kopen - AVIALE***

Je bent nu hier: 

>> Home 
  Wonen
  › Woonaccessoires
  › Windlichten & lantaarns
  › Fotolijsten
  › Etagere
  › Harten en hartjes
  › Waxinelichthouders
  › Kandelaars & kaarsen
  › Krijtborden
  › Sleutelkastjes
  › Kransen
  › Geurzakjes
  › Kapstokken & haken
  › Spiegels
  › Klokken

  Keuken
  › Keuken & servies
  › Keukenaccessoires
  › Dienbladen
  › Eettafel accessoires
  › Glaswerk

  Meubels
  › Landelijke meubels
  › Kleinmeubelen
  › Jeanne d'Arc Living

  Quilts & kussens
  › Quilts 1 persoon
  › Quilts 2 persoons
  › Kussens 40 x 40
  › Kussens 50 x 50
  › Textielaccessoires

  Tuinartikelen
  › Tips sfeervol terras
  › Buitendecoraties

  Badkamer
  › Bad & douche

  Kinderkamer
  › Kinderkamer

Tips en stylingadviezen

Een nieuw kleurtje op je wand?

Zo af en toe ben je toe aan een frisse kleur in je interieur, maar hoe kies je de juiste kleur? Voor de echte durfal op interieurgebied is dit natuurlijk niet zo moeilijk; gewoon lekker experimenteren. Bevalt de kleur niet, dan gewoon een ander kleurtje erover.

Veel mensen vinden het toch wel eng en houden het graag bij lichte kleuren. Tóch kan een iets gedurfdere tint je kamer een totaal andere uitstraling geven; bruintinten geven een warme uitstraling, grijstinten een wat koelere en soberder uitstraling. Ga bij jezelf na wat je zelf echt mooi vind en laat je daarbij niet leiden door de nieuwste trends.

Verder zul je na moeten gaan voor welke soort verf je kiest. Tegenwoordig heb je veel keuze in verschillende structuren verf; structuurverf, verf met een metallic-laag, krijtverf, schoolbordverf, verf met een glans-laag. Met iedere verfsoort creëer je een andere uitstraling van je wand.

Zoek bij bouwmarkten en verfwinkels kleurenstaaltjes van de kleuren die jou aanspreken – wil je de wanden allemaal van een andere kleur voorzien, kijk dan naar kleurtinten die op elkaar zijn afgestemd, ton-sur-ton kleuren. Op die manier geef je je wanden een nieuwe look en creëer je toch rust in je interieur.

Een andere manier is om foto’s verzamelen uit tijdschriften en hiermee een zogeheten ‘moodboard’ maken. Door de steeds weer terugkerende kleuren die voorkomen op de door jou uitgezochte foto’s, maak je je keuze en zo bepaal je uiteindelijk je eigen sfeer.

Woontrends najaar

Dé kleur voor de komende tijd is toch wel 'zilver'. In het komende najaar zullen we veel woonaccessoires van zilver of verzilverd metaal zien, daarnaast blijft het armeluiszilver een trend. Verder wordt het zilver, vooral bij lampen en kandelaars, veel gecombineerd met zwart.

Nieuwe kleuren dit seizoen zijn paarstinten, van lila tot fel paars, en olijfgroen. Verder veel warm grijs(kiezelgrijs genoemd), taupe, rood, zwart en bruin.

Landelijk wonen blijft ook een trend, zo ook de landelijke woonkamer. Je hoeft niet je hele woonkamer om te gooien om het toch een andere sfeer te geven; als je een aantal woonaccessoires vervangt krijg je toch al een heel andere look in je huis, denk hierbij bijv. aan andere kussenhoezen, eventueel een andere quilt over de bank, een paar sfeermakers als waxinelichthouders, windlicht of kandelaars. Houd het dan wel bij een beperkt aantal kleuren woonaccessoires, ander krijg je een heel onrustig effect als resultaat.

Ook een landelijke keuken kun je gemakkelijk creëren met behulp van een aantal accessoires. Denk bijv. eens aan keukenaccessoires van donkerbruin metaal of rattan (keukenrolhouders, zeephouders, broodmandjes, wijnmanden etc.); servies met een landelijke uitstraling, mooi uitgestald op een keukenplank of in een open keukenkastje.

Wastips quilts en kussenhoezen

Was het textiel op 40º en de eerste keer met een scheut azijn, dit om de kleur te behouden. Laat het textiel niet in het water staan. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
Bij kussenhoezen is het belangrijk een vulling van de juiste grootte te nemen, dit ter bescherming van de sluiting.

Kaarsen branden op een veilige manier:

  • Zet een kaars altijd loodrecht neer op een tochtvrije plaats, niet alleen veiliger: je kaars brandt zo ook langer. Zet kaarsen niet te dicht bij elkaar, hierdoor kunnen ze onregelmatig gaan branden; houd voor de zekerheid een afstand van 10 cm. tussen de kaarsen.
  • Een kaars brandt het beste als de kaarsenpit krom staat. Om het roeten van een kaars te voorkomen is het verstandig de pit kort te houden (tot ca. 1 cm.)
  • Om te voorkomen dat een kaars gaat druipen kun je de kaars voor gebruik in een bak met zout water leggen, hierna de kaars en lont goed afdrogen en hij zal niet meer druipen.
  • Als er tijdens het branden van de kaars toch vet is gedrupt op je meubelstuk, kun je het beste een stukje keukenpapier op het vet leggen. Zet hier een warme strijkbout (niet te heet!) bovenop; het kaarsvet zal loslaten en blijft aan het keukenpapier plakken.

Tafeletiquette

Een gezellig diner begint al bij de voorbereiding: het dekken van de tafel. Hoe doe je dat volgens de regels van de tafeletiquette?

Het tafelkleed:
Allereerst het tafelkleed. Uiteraard neem je een mooi en passend tafelkleed. Om te voorkomen dat je gasten met een stuk tafellaken op hun schoot zitten, mag het kleed ten hoogste 20 cm. over de rand vallen.
Ter bescherming van je tafel leg je een molton onder het tafelkleed. Je tafelkleed valt zo bovendien mooier en de molton dempt het geluid.

De borden:
Als het tafelkleed ligt, is het tijd voor de borden. Begin (eventueel) met de onderborden, hierop plaats je de borden voor het hoofdgerecht en voorgerecht. Houd steeds een vingerdikte ruimte tussen de verschillende borden.

Het bestek:
De tafel wordt gedekt in de volgorde van de gangen, dus van buiten naar binnen. Zorg er bij de messen voor dat de karteltjes naar binnen wijzen.
De soeplepel ligt aan de rechterkant als er geen ander voorgerecht is. Is dit wel het geval, dan ligt er eerst het kleine bestek voor het voorgerecht en dan de soeplepel.

Dessertbestek ligt horizontaal boven de borden. Heb je een dessert waarbij een mes en vork nodig is, leg het mes dan met het snijvlak naar links achter het bord en de vork wijst met het heft naar links.
Heb je voor het dessert een vork en lepel nodig, dan ligt de vork direct achter het bord, met het heft naar rechts. Hierachter leg je de lepel, met het snijvlak naar rechts.

De glazen:
Ook met de glazen werk je van buiten naar binnen. De glazen staan rechts van je bord. Bij het toosten heft de gastheer/-vrouw als eerste het glas. Het wijnglas wordt vastgehouden bij de steel, dit om vetvlekken op het glas te voorkomen.

Verdere aankleding:
Het broodbordje, saladebordje en eventueel het kommetje om vieze vingers in schoon te maken staan links. Voor het smeren van een broodje wordt het brood op het bordje gelegd, gebroken en gesmeerd.

Het servet leg je links neer, maar je kan het ook op het bord of aan het hoofd van het bord neerzetten (in de vorm van een waaier bijvoorbeeld). Als je gaat zetten sla je het servet open en leg je het op je schoot.

Tafelindeling:
Wie zit waar? Je kan ervoor kiezen om een tafelschikking te maken en bijvoorbeeld met bij de tafel passende naambordjes aan te geven wie waar zit. Bij een groot gezelschap horen mannen en vrouwen volgens de etiquette om en om te zitten. Stellen worden gescheiden. Mannen horen de stoel van vrouwen aan te schuiven en op te staan als de vrouw de tafel verlaat of terugkeert.

Bij een klein gezelschap schept de gastvrouw- of heer op, te beginnen met het vlees, dan de groente en vervolgens de aardappels. De gastvrouw/-heer hoort het teken te geven dat er geeft dat er gegeten mag worden.

Wil je tijdens het eten even met iemand praten, dan leg je je mes en vork in ruststand: het bestek ligt kruislings in het bord (je mes ligt onder en daar overheen, met de tanden naar beneden, ligt je vork). Als je klaar bent met eten, dan leg je je mes en vork - mes boven, vork daaronder - naast elkaar van rechtsonder naar linksboven op het bord op het bord.
Tijdens het eten hor je geen lichamelijk contact met de buren te maken. Als je niet eet, hou dan je handen op je schoot of met je polsen op de rand van de tafel. Alleen tussen de gangen door, als de borden zijn opgehaald, mogen je ellebogen (eventueel) op tafel.

Reinigen serviesgoed

Na het tafelen is het tijd voor het minder leuke werk: de vaat. Tegenwoordig beschikt menig huishouden over een vaatwasser. Alle serviesgoed kan uiteraard met de hand worden afgewassen, maar...

...Welk serviesgoed kan in de vaatwasser?
Serviesgoed zonder goud- of zilverdecoraties. Bij gedecoreerd serviesgoed moet het decor onder een glazuurlaag zitten, is dit niet het geval dan kun je het beter met de hand afwassen.

Als je het servies in de vaatwasser reinigt, let dan op het onderstaande:
zorg ervoor dat serviesdelen elkaar niet raken, randen mogen niet tegen elkaar komen. Was niet op de hoogste temperatuur en gebruik niet teveel afwasmiddel.
Om druppelaanslag op je servies te voorkomen, zet de deur van de vaatwasser, als deze klaar is, even open; zo kan de damp eruit. Daarna sluit je de deur weer en kan het servies rustig afkoelen.

Een lekker kopje thee

Er bestaan 5 gouden theeregels voor het zetten van een lekker kopje thee:

1. Gebruik altijd vers en koud leidingwater. Breng dit aan de kook en laat het drie tot vijf minuten doorkoken.

2. Verwarm de theepot voor door er een flinke scheut kokend water in te gieten. Verwarm de hele pot door het water in de pot te bewegen. Giet het water er pas uit net voor het vullen van de theepot met het theewater.

3. Voor een volle theepot (6/8 koppen) doe je 2 scheptjes thee (ca. 8 gr.) in de pot of hang er 2 theezakjes in. Schenk vervolgens het kokende water op de thee.

4. Laat de thee vijf minuten trekken op de theelichtje of met een theemuts op de pot. Thee uit zakjes is overigens sneller op smaak dan losse blaadjes.

5. Roer de thee na het trekken even door. Theezakjes kun je na het trekken beter verwijderen. Schenk de thee in de kopjes (bij losse blaadjes gebruik je een theezeefje) en serveer dit eventueel met suiker of kandij en een kannetje melk.

Het is belangrijk voor de smaak dat de thee goed kan trekken: in de eerste 2 à 3 minuten komen er vooral geur- en smaakstoffen vrij. Hiernaast komt er ook theïne vrij, dit is eigenlijk cafeïne. Cafeïne zorgt er voor dat we ons na een kop thee wat beter kunnen concentreren en alerter zijn. De cafeïne heeft een licht stimulerend effect op het centraal zenuwstelsel. Cafeïne komt naast thee ook voor in koffie en cacao.
Na het drinken van thee kan er aanslag in de kopjes achterblijven. Dit is goed schoon te maken een beetje bakpoeder of maizena met water te mengen, dit goed schuren en de aanslag zal verdwijnen.
Thee-aanslag in thermoskannen of theepotten kun je gemakkelijk verwijderen met warm water en soda. De kannen wel goed afwassen nadien!

Kijk voor meer tips voor het verwijderen van verschillende soorten vlekken eens op www.omaweetraad.nl

Kleur (in) je interieur

Toe aan een nieuwe kleur in huis?
Denk goed na over een kleur die in je interieur past, voor je de verfkwast ter hand neemt: kleur nl. is een graadmeter voor je stemming. Ook de functie van de kamer die je wilt verven is van belang; een slaapkamer heeft een andere functie dan bijv. keuken of woonkamer.

* Wil je een bijv. een behaaglijk gevoel creëren kies dan voor warme kleuren als rood, oranje of groengeel. Je wordt trouwens ook actiever van deze kleuren.
* Wil je juist een rustgevende kleur in je kamer, kies dan voor koele kleuren als blauw, blauwgroen of violet.
* lichte kleuren geven een ruimtelijk gevoel en laat de ruimte (vaak) groter ogen.
* donkere kleuren kunnen je kamer kleiner laten lijken, maar geven je kamer wel iets extra's. Een donkere kamer vraagt wel om meer lichtpunten (donkere kleuren absorberen).

Wil je een enkele muur in de kamer een ander tintje geven, houd dan rekening met de kleuren van je meubels. Gebruik van veel verschillende kleuren kan onrustig werken in je interieur. Gebruik je daarentegen een paar tinten/nuances van dezelfde kleur, dan zal dit rust in je interieur geven.

Verlichting

Er zijn verschillende soorten verlichting voor je interieur.

Van tevoren is belangrijk te weten hoeveel lichtpunten er nodig zijn om een kamer van goede verlichting te voorzien. Dit is uiteraard afhankelijk van o.a. de grootte van de ruimte, de hoeveelheid ramen en de lichtinval. Een handig hulpmiddel hiervoor is het (laten) maken van een verlichtingsplan.

Je hebt functionele verlichting voor specifieke functies; boven de eettafel, in het toilet/ badkamer, een spotje boven een schilderij, zodat deze extra belicht wordt. Ook kun je denken aan een lamp in de zithoek als leesverlichting. De benodigde sterkte van het licht kan per seizoen variëren, het kan daarom handig zijn een dimmer aan de lamp te plaatsen.

Ook verlichting op de werkplek is belangrijk: met een goede verlichting op je werkplek creëer je een goede en prettige werkomgeving. Maak het echter niet te bont met de hoeveelheid licht; ook een werkkamer mag best 'gezellig' worden verlicht.

De finishing touch voor je interieur en sfeermaker bij uitstek is de sfeerverlichting. Zorg voor zacht licht; veel licht maakt koud en kil. Toch is hier ook van belang welke functie de lamp heeft; in de woonkamer kan een staande lamp bijv. de hoogte van je kamer heel mooi accentueren doordat het indirect licht geven via de wanden en het plafond.
In de slaapkamer kun je door het plaatsen van een wandlampje een romantische sfeer creëren, maar als je graag een boek leest, moet de lamp wel over voldoende sterkte beschikken.

Uiteraard is de keuze van de lampvoet en lampenkap ook sfeerbepalend; kies je een hoge, smalle voet of juist een grote, opvallende voet. De lampenkap moet worden afgestemd op de vorm van de lampvoet; een smalle voet vraagt om een kleine kap. Een grote, stevige lampvoet vraagt ook om een grote lampenkap.

Onderhoud gietijzeren tuinaccessoires

Tuinaccessoires van gietijzer geven je huis en tuin een mooie landelijke uitstraling. Een van de eigenschappen van gietijzer is, dat het kan gaan roesten. Vind je dit niet mooi, spuit de tuinaccessoires dan in het voorjaar of najaar in met siliconenspray.

> Tips voor een heerlijke geur in je interieur

0598-432650 - Oudeweg 138 te Siddeburen      I Help I Contact I Nieuwsbrief I Over mij I